dinsdag 7 juli 2009

Productie uit mijn eerste stage bij het blad Profielen- 'Be careful what you wish for'

















De regisseur van The Nightmare Before Christmas brengt ons dit jaar de animatiefilm 'Coraline', gebasseerd op het boek van Neil Gaiman. Coraline (gesproken door Dakota Fanning) is net verhuisd en verveelt zich enorm. Haar ouders hebben geen tijd voor haar en dus gaat ze zelf het ouderwetse huis exploreren. Coraline is enthousiast, maar als snel lijkt ze uitgekeken op het omvangrijke huis totdat ze een smal en mysterieus deurtje vindt in één van de kamers. Het deurtje naar de nieuwe wereld van Coraline is angstaanjagend, maar vooral avontuurlijk. Al snel zou ze wensen terug te kunnen naar haar saaie realistische wereld.
Naast Dakota Fanning, bekend van War of the Worlds, zijn de stemmen van nog enkele andere beroemdheden te horen in deze animatieproductie, waaronder Teri Hatcher, Dawn French, Jennifer Saunders en Ian McShane.
De animatiefilm vertelt ons het verhaal van een jong meisje die wordt gelokt naar haar nieuwe thuis waar ze een alternatieve versie van haar eigen leven ontdekt. In die alternatieve wereld lijkt alles hetzelfde te zijn als in haar 'echte' leven, maar dan veel beter en kleurrijker. Maar alles is niet wat het lijkt. De ‘andere vader’ en de ‘andere moeder’ zijn lief en zorgzaam voor Coraline, maar hebben een verborgen agenda. Droevig, maar fantasierijk. Griezelig, maar met mate. Een creatieve en geanimeerde avontuur die je niet moet missen. Het verhaal sleept je mee zonder bewust te zijn van de essentiele rol van de muziek. Het laat je lachen, geeft je kippenvel en verhoogt de spanning waar het nodig is. Laat je meeslepen en schakel al je zintuigen in. En ga vooral geen te overhaaste wensen doen, want zoals de slagzin al luidt voor deze film: 'Be careful what you wish for'.

Productie uit mijn eerste stage bij het blad Profielen- Een avond moderne dans: Betoverd

Opkomen, exploderen en verdwijnen in het donker




Waanzinnig, adembenemend en feeëriek, dat zijn omschrijvingen die nog het dichtst in de buurt komen van de indruk die de voorstelling 4x20 Storyproof achterlaat. In dit vierluik toont het Scapino Ballet Rotterdam vier moderne choreografieën die in sfeer van elkaar verschillen, maar verbonden worden door tijd: Elk stuk duurt twintig minuten.

dronkenmansleven
De gordijnen gaan opzij en het donkere podium wordt zichtbaar. Het publiek is stil. Stap, stap, stop, op de tenen, gestrekte lichaamshouding en pose. Gevolgd door soepele bewegingen op de melodieën van een cello. Het is begonnen. Rode spotlights zakken van het plafond naar beneden. ‘Wow’, fluistert een man naast mij. Het decor is opvallend: Een groot, wit plateau met een gat in de vorm van een grote cello. In het midden zit cellist Nina Hitz die met eigen improvisaties ritme geeft aan snel wisselende tableaus. Met het dansstuk September Virgin laat choreograaf Reischl de reis van het leven zien, in dit geval een gebroken dronkenmansleven. Danser Mischa van Leeuwen zwalkt half triomferend over het podium en declameert de tekst: ‘Mocht ik door de drank bezwijken, mocht ik naar het donker gaan, laat dan op mijn grafsteen prijken: Hij kon niet meer op zijn benen staan.’ De andere vijf dansers schieten heen en weer en breken hun loopstappen af met lachbuien. Opvallend en energiek is danser Min Li die ondanks de kronkelige bewegingen rustgevend aanwezig is. De dansers vallen neer op de grond rondom de cellist. De twintig minuten zijn voorbij. Een staande ovatie. De dansers betuigen hun dank aan het publiek door meerdere malen te buigen. Ondertussen zweten en ademen zij hun borstkast uit. Wat is dit intens.

dribbelende voeten
De Franse choreograaf Garcia gebruikt zijn fascinatie voor Michelangelo’s Pietà (een beeldhouwwerk in Rome) voor een tragikomisch dansstuk over rouw in 5 steps for a pieta. De theaterscènes, onder aanvoering van Véronique Prins, zijn lachwekkend waardoor het zware, emotionele verhaal wordt verluchtigd. De bewegingen van de dansers lezen als verschillende stadia van rouw: ontkenning, woede, depressie en acceptatie. Ik ben ontroerd, heb kippenvel en natte ogen. Vervolgens is het duet Nicht zutreffendes streichen van artistiek directeur Wubbe aan de beurt. Bryndis Brynjolfsdottir en Rupert Tookey dansen een scherp en intiem portret van nabijheid zoekende, maar elkaar niet rakende geliefden. In het laatste stuk Supernova laat choreograaf Goecke vier mannen en drie vrouwen op jazzy sax en drums met vlug draaiende armen en snel dribbelende voeten een magische dans uitvoeren. Opkomen, exploderen en verdwijnen in het donker. Door zout omhoog te gooien, creëren de dansers een nevel waarin zij met ongelooflijke kracht, snelheid en spierbeheersing bewegen. En als je denkt dat hoog met de benen zwaaien en pirouettes draaien alleen iets voor vrouwen is, dan heb je het mis. De stoere mannen dansen soepel en krachtig met hun betoverende en gespierde lichamen. Ik geloof mijn ogen niet. Dit is moderne dans.

klassiek vs modern ballet
Klassiek ballet ontstond in Frankrijk en werd beroemd door Lodewijk XIV. Het is gebonden aan talloze regels waaraan de bewegingen en technieken moeten voldoen. Daartegenover staat modern ballet. Deze dansvorm is vrijer en heeft geen vast bewegingsvocabulaire. Voor meer informatie en voorstellingen kijk op www.scapinoballet.nl of www.schouwburg.rotterdam.nl.

Mijn blogpage














Als een 'joker' wil ik graag de link van mijn blog met jullie delen waarop ik de afgelopen maanden zelfgemaakte foto's en geschreven teksten heb gepubliceerd. Zie hiervoor http://massynaimizaker.blogspot.com

Kerncompetenties van een afgestudeerde journalist van de SvJ

De afgestudeerde journalist moet:

1. Vanuit de actualiteit journalistiek relevante onderwerpen kunnen analyseren en vaststellen

Om (1) te kunnen moet de beginnend journalist:
o Nieuwsgierig en pro-actief zijn en een grote betrokkenheid tonen bij actuele maatschappelijke ontwikkelingen en de achtergronden daarvan;
o Met behulp van brede multidisciplinaire kennis van maatschappelijke domeinen de actuele ontwikkelingen daarbinnen in samenhang kunnen interpreteren en analyseren;
o Met behulp van kennis van de journalistiek en de functie daarvan in de maatschappij uit de actuele ontwikkelingen journalistiek relevante (zijnde nieuwswaardige en voor medium en doelgroep belangwekkende) ontwikkelingen en onderwerpen kunnen vaststellen;
o Toegevoegd: Het onderwerp kunnen aanpakken op een manier die past binnen het bredere kader van item of verhaal waarbij behalve journalistieke ook commerciele factoren relevant zijn.
o Voor de aanpak van onderwerpen een passende en creatieve invalshoek kunnen bedenken;
o Onderwerpen kunnen analyseren, dat wil zeggen hoofd- en bijzaken kunnen onderscheiden en de journalistiek relevante vragen kunnen stellen;
o Naar aanleiding van journalistiek relevante vragen parate kennis systematisch kunnen inzetten voor het genereren van nieuwe of meer specifieke kennis of conclusies.

2. Snel en gericht nieuwe informatie kunnen verzamelen en selecteren, met (moderne) nieuwsgaringtechnieken en methoden van onderzoek

Om (2) te kunnen moet de beginnend journalist:
o Met kennis over journalistieke doelen, middelen en randvoorwaarden een werkplan kunnen opstellen voor het te produceren journalistieke product en de daarvoor benodigde research;
o Bij de uitvoering vaneen werkplan de nodige vindingrijkheid en doorzettingsvermogen aan de dag leggen;
o De belangrijkste persbureaus, naslagwerken, databanken, internet enz. efficiënt kunnen gebruiken;
o Relevante zegslieden kunnen benaderen en (eveneens op afstand) kunnen interviewen, ook in het Engels;
o Uit eigen waarneming en observaties ter plekke gericht informatie kunnen verzamelen;
o Geschreven (wetenschappelijke) bronnen efficiënt en effectief kunnen opzoeken en verwerken, ook in het Engels;
o Eenvoudige onderzoeksmethoden en technieken kunnen toepassen;
o Gericht informatie kunnen registreren in tekst, beeld en geluid (bijvoorbeeld aantekeningen kunnen maken bij interviews);
o Alle bronnen kunnen beoordelen op toegankelijkheid, betrouwbaarheid, relevantie en volledigheid;
o Evenwicht kunnen brengen in het bronnenonderzoek door methoden als hoor/wederhoor, check/doublecheck systematisch toe te passen;
o Bij alle keuzes rond de publicatie rekening houden met de maatschappelijke functie van de journalistiek.

3. Informatie kunnen verwerken in een adequate journalistieke vorm voor diverse media

Om (3) te kunnen moet de beginnend journalist:
o Diverse journalistieke media en daarbij passende genres en werkwijzen, met geschikte uitdrukkingsmiddelen (woord, beeld en geluid) planmatig en creatief kunnen inzetten;
o Op basis van gegeven randvoorwaarden en informatie kiezen van het adequate publicatiemiddel of combinatie van verschillende publicatiemiddelen;
o Informatie kunnen ordenen met oog voor opbouw van het journalistieke product, passend bij de journalistieke en eventueel ook commerciele randvoorwaarden.
o Kunnen beschikken over adequate stilistische vaardigheid en souplesse rekening houdend met medium, genre en doelgroep;
o Informatie effectief en creatief kunnen vormgeven gebruikmakend van de specifieke mogelijkheden van de verschillende media;
o Kunnen werken met technische verwerkingshulpmiddelen zoals opmaaksystemen, content-managementsystemen, opname- en montageapparatuur en nieuw ontwikkelde hulpmiddelen.
o Zich correct kunnen uitdrukken in de Nederlandse taal.

4. Adequaat en professioneel kunnen communiceren

Om (4) te kunnen moet de beginnend journalist:
o Zich bij alle beroepstaken adequaat kunnen bedienen van de Nederlandse taal (zowel mondeling als schriftelijk).
o Zich kunnen bedienen van Engelstalige bronnen, Engels kunnen verstaan en eenvoudige gesprekken in het Engels kunnen voeren;
o Professionele contactuele eigenschappen kunnen inzetten;
o Een netwerk kunnen opbouwen en onderhouden en daarvan het belang inzien;
o Beschikken over gespreks- discussie en –onderhandelvaardigheden;
o Professioneel om kunnen gaan met kritiek en feedback (positief en negatief) van zowel superieuren als collega’s; en deze feedback kunnen benutten voor de verbetering van het eigen handelen.

5. Professioneel en efficiënt kunnen (samen)werken in een organisatie/bedrijf:

Om (5) te kunnen moet de beginnend journalist:
o Zelfstandig en resultaatgericht kunnen werken, dat wil zeggen complexe beroepstaken zelfstandig kunnen definiëren, analyseren en op deadline kunnen realiseren;
o In complexe beroepssituaties methodisch kunnen werken, dat wil zeggen op basis van kennis van journalistieke productieprocessen, een realistisch werkplan met haalbare doelen kunnen maken voor zichzelf en (eventuele inzet van) anderen;
o Kunnen samenwerken met verschillende personen met rollen in journalistieke producties, waaronder eindredacteuren, vormgevers, cameralieden, geluidstechnici, technici bij nieuwe media etc.;
o Leiding kunnen geven aan eenvoudige projecten en daarbinnen leiding kunnen ontvangen;
o Toegevoegd: Kennis hebben van de commerciele basis van uitgeverijen, omroepen, productiemaatschappijen enz. en zich bewust zijn van de gevolgen voor de journalistieke producten enz.
o Productformules en redactiestatuten kennen en ermee kunnen werken;
o Kennis hebben van organisatie- en overlegstructuren in journalistieke bedrijven en de rechten en plichten van werknemers;
o Een eigen bedrijf (freelance) praktisch en financieel kunnen inrichten.

6. Eigen en andermans journalistiek werk kritisch kunnen beoordelen en een bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van het vak

Om (6) te kunnen moet de beginnend journalist:
o Kwaliteitsnormen van - en ethische principes met betrekking tot journalistiek handelen kennen kunnen toepassen op journalistiek werk, de eigen journalistieke praktijk en die van anderen;
o Toegevoegd: Zich bewust zijn van het spanningsveld tussen journalistieke kwaliteitsnormen en commerciele waarden en daarmee om kunnen gaan
o Het eigen commentaar op eigen journalistiek werk en dat van anderen helder en beargumenteerd kunnen overbrengen;
o Kennis hebben van de belangrijke ontwikkelingen en theorieën met betrekking tot de journalistiek;
o Een standpunt kunnen bepalen ten aanzien van ethische kwesties en ontwikkelingen binnen de journalistiek;
o Het eigen standpunt mondeling (in discussies over het vak) en schriftelijk (in een opiniërend artikel) kunnen motiveren.

7. Kunnen reflecteren op eigen ontwikkeling als professional en daaruit conclusies kunnen trekken voor de toekomst

Om (7) te kunnen moet de beginnend journalist:
o Kunnen reflecteren op eigen leer- en werkgedrag al dan niet binnen een breder verband van werkgroep of redactie of organisatie, en op basis daarvan het eigen leer- en werkgedrag kunnen verbeteren;
o Verantwoording willen en kunnen nemen voor eigen keuzes en deze keuzes kritisch kunnen beoordelen en verantwoorden.
o Doelen kunnen formuleren voor de eigen continue professionele beroepsontwikkeling en deze doelen realiseren of bijstellen.
o Professionele (ethische) waarden en normen kunnen integreren in de beoordeling van eigen functioneren en daarover verantwoording kunnen afleggen.